Waar is dat boekje?!!
Vorige week donderdag. Buiten. Koud.
Een mevrouw beent op ons af. Geen hallo, geen excuseer. Ze wijst met haar vinger recht in het gezicht van mijn koffiemaatje:
“Jij moet naar binnen! Het is hartstikke koud. Ik doe elke donderdag boodschappen en ik zie je hier altijd zitten, nog steeds wijzend met haar vinger. Je zit hier elke dag, met een boekje. Waar is dat boekje?!!”
Even stil.
“Houdt u van lezen?” “Ja, ik lees ook graag.”
En weg was ze.
We speelden het gesprekje terug. Want dat is wat we doen aan dat tafeltje. Niet alleen kletsen. Onderzoeken. Terugspoelen. De elementen eruit halen en bekijken.
Ze ziet hem elke donderdag, dus hij zit er 𝗲𝗹𝗸𝗲 𝗱𝗮𝗴. Ze heeft een boekje gezien, dus hij heeft éé𝗻 boekje. Ze roept dat we naar binnen moeten, maar vraagt niet of we het koud hebben.
Aannames. Gestapeld. Snel. Vol overtuiging.
In de hulpverlening zie ik het vaak gebeuren. De professional die al weet wat er aan de hand is nog voor het gesprek begonnen is. Better safe than sorry.
En ik begrijp het. Echt. Want de tijd die wij aan dat tafeltje nemen om terug te spoelen, te onderzoeken en uit te pluizen, die hebben de meeste hulpverleners niet. De caseload is te hoog, de agenda te vol, de druk te groot.
Maar better safe than sorry is geen methode. Het is een vlucht.
Want zo geef je iemand een paraplu terwijl ze staan te genieten van de regen. En zo geef je iemand die naar huis wil een zonnebril.
Toch eindigden we lachend.
Want hoe bruut ze ook binnenkwam, het was zorg. Het was liefde. Op haar manier, onhandig en ongevraagd, maar echt.
Mannenpraat tussendoor: We zouden haar alleen niet als partner willen. Ze zal moeilijk gaan doen als we naar het café willen voor een bakkie en het vriest. 😄
En dat boekje waar ze naar zocht?
Dat bestaat niet.
Het zijn er duizenden. Ik overdrijf niet, hij heeft er duizenden.
Geschreven vanuit de praktijk, voor de praktijk.