We wachten allemaal op Kees
In mijn vorige post schreef ik over Kees, maar eigenlijk wacht iedereen op Kees. Op iemand die doorvraagt, die begrijpt en die de wereld achter de woorden ziet.
Steeds vaker zie ik vacatures waarbij expliciet wordt gezocht naar meertalige professionals. Of naar iemand met een specifieke culturele achtergrond.
Ik vind dat een mooie ontwikkeling.
Niet omdat diversiteit op de werkvloer een doel op zich is. Maar omdat het laat zien dat we beginnen te begrijpen dat taal meer is dan communicatie. Dat cultuur en taal onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. En dat je iemand pas echt bereikt als je toegang hebt tot de wereld waarin hij denkt en voelt.
Want een tolk vertaalt woorden. Maar niet altijd de wereld erachter.
Neem het Arabische ya’aburnee. Het betekent zoiets als: ik houd zoveel van jou dat ik hoop eerder te sterven dan jou te verliezen. Je kunt het uitleggen. Maar je kunt het niet vertalen.
Of het Portugese saudade. Een diep verlangen naar iets of iemand die je hebt verloren, gemengd met de wetenschap dat het nooit meer terugkomt. Melancholie is niet hetzelfde, heimwee ook niet.
Dit soort woorden dragen een hele wereld in zich. En als jij die wereld niet kent, mis je iets wezenlijks in het verhaal van de persoon tegenover je.
Precies daarom vind ik dit soort vacatures zo waardevol. Ze geven ruimte aan professionals die meer in huis hebben dan hun functieomschrijving laat zien. Aan cliënten die eindelijk iemand tegenover zich hebben die niet alleen hun woorden begrijpt, maar ook hun wereld.
Het geeft me ook inspiratie om met teams het gesprek aan te gaan: waar en wanneer kan er een andere taal gesproken worden? Het zal niet altijd kunnen. Maar de vraag stellen is al een begin.
Tot slot een uitdaging voor de lezer.
In Nederland hebben we ook een woord dat een hele wereld in zich draagt. Gezelligheid.
Probeer het maar eens te vertalen. In het Engels, Arabisch, Papiaments of Spaans.
Ik wacht
Geschreven vanuit de praktijk, voor de praktijk.